← Terug naar overzichtARTIKEL • Elektrificatie

Netbeheerders rekenen op 8,7 GW batterijvermogen in 2030 — ACM noemt groei onzeker

De eerste Nederlandse flexibiliteitsanalyse rekent met 8,7 GW batterijvermogen in 2030. De ACM waarschuwt dat investeringen en aanvullend beleid nodig zijn om dat scenario werkelijkheid te maken.

Nederland heeft voor het eerst officieel laten berekenen hoeveel flexibiliteit het toekomstige elektriciteitssysteem nodig heeft. In het gebruikte scenario groeit het beschikbare batterijvermogen van ongeveer 1,3 GW in 2025 naar 8,7 GW in 2030 en bijna 16 GW in 2035. De Autoriteit Consument & Markt waarschuwt dat deze groei nog allerminst zeker is.

BEWEZEN De ACM keurde de eerste Nederlandse Flexibility Needs Assessment op 15 oktober 2026 goed. TenneT stelde de analyse samen met de regionale netbeheerders volgens een Europese methodiek. Voortaan moet zo’n beoordeling iedere twee jaar worden gemaakt.

Wat betekenen de bronlabels?
  • BEWEZEN Onafhankelijk onderbouwd binnen de genoemde taak, periode en omstandigheden.
  • FABRIKANTCLAIM Volgens fabrikant of uitvoerende partij; nog niet voldoende onafhankelijk bevestigd.
  • PILOT Beperkte proef; geen bewijs van brede, langdurige inzet.
  • AANGEKONDIGD Plan of toekomstig doel; nog geen gerealiseerd resultaat.

Waarom deze analyse nodig is

Wind- en zonneparken leveren niet ieder uur evenveel stroom, terwijl elektrische auto’s, warmtepompen, industrie en datacenters de vraag verhogen. Flexibiliteit betekent dat productie of verbruik tijdelijk kan worden aangepast. Dat kan met batterijen, slim laden, vraagsturing bij bedrijven, warmteopslag, regelbare productie en verbindingen met buurlanden.

De analyse kijkt afzonderlijk naar de balans van het landelijke energiesysteem, knelpunten in het hoogspanningsnet van TenneT en congestie in regionale netten. Daardoor wordt zichtbaar dat een landelijk overschot aan elektriciteit nog steeds kan samengaan met een lokaal vol stroomnet.

De batterijgroei is een scenario, geen vastgesteld resultaat

AANGEKONDIGD De gebruikte scenario’s gaan uit van ongeveer 8,7 GW batterijvermogen in 2030 en bijna 16 GW in 2035, tegenover circa 1,3 GW in het basisjaar 2025. Dit zijn aannames voor de doorrekening. Het zijn geen reeds gefinancierde projecten, vastgestelde nationale doelen of gerealiseerde productieaantallen.

Onder die voorwaarden ziet de beoordeling op nationaal niveau geen structureel tekort aan flexibiliteit. Dat is een voorwaardelijke modeluitkomst: wanneer batterijen, vraagrespons, Power-to-X en interconnectie langzamer groeien dan aangenomen, kan alsnog een tekort ontstaan. De ACM vindt daarom nieuwe investeringen en aanvullend beleid noodzakelijk.

Vooral het hoogspanningsnet blijft kwetsbaar

De grootste aanvullende behoefte ligt volgens de analyse tot 2035 op het hoogspanningsnet van TenneT. In onder meer Noord- en Zuid-Holland, Flevoland, Utrecht, Gelderland, Groningen, Drenthe en Overijssel kunnen grote, langdurige en plaatsgebonden knelpunten ontstaan.

Dat is belangrijk voor de discussie over batterijen. Opslag kan korte pieken verplaatsen en voorspelfouten opvangen, maar lost geen structureel capaciteitstekort op wanneer een verbinding of onderstation langdurig te klein is. Netuitbreiding en flexibiliteit zijn daarom aanvullend, niet uitwisselbaar.

Op regionale netten zijn knelpunten vaker kleiner, lokaler en tijdgebonden. Daar kunnen slim laden, flexibele bedrijfsprocessen, thuis- en buurtbatterijen en congestiemanagement juist sneller ruimte creëren — mits ze reageren op de lokale netbelasting en niet alleen op de landelijke stroomprijs.

ACM plaatst kanttekeningen bij de cijfers

De toezichthouder heeft de beoordeling goedgekeurd, maar vraagt de netbeheerders om toekomstige rapportages vollediger en consistenter te onderbouwen. Ook moeten onzekerheden rond de aannames duidelijker worden gemaakt. Dat is relevant omdat de conclusie sterk afhangt van investeringen die marktpartijen de komende jaren nog moeten nemen.

AANGEKONDIGD Het ministerie van Economische Zaken heeft na de beoordeling zes maanden om een nationale flexibiliteitsdoelstelling vast te stellen. Daarna kan het kabinet aanvullend beleid kiezen, bijvoorbeeld om marktbarrières weg te nemen of niet-fossiele flexibiliteit te ondersteunen. Welke maatregelen daadwerkelijk volgen, is nog niet besloten.

Wat betekent dit voor woningen en bedrijven?

Voor huishoudens betekent de analyse niet dat iedere woning direct een thuisbatterij nodig heeft. Eerst flexibel laden, een warmtepomp slim laten draaien en het eigen aansluitvermogen bewaken kan vaak goedkoper zijn. Een batterij helpt het net alleen wanneer locatie, laadmoment en aansturing aansluiten op het werkelijke knelpunt.

Voor bedrijven en batterijexploitanten wordt voorspelbare regelgeving belangrijker. Investeringen vragen voldoende aansluitruimte en meerdere inkomstenbronnen, terwijl aggregatie van kleinere apparaten technisch en juridisch nog niet overal soepel werkt. Juist die drempels bepalen of de veronderstelde groei van flexibiliteit werkelijkheid wordt.

Verder lezen

Meer context staat in de dossiers over elektriciteitsnet en netcongestie, grootschalige energieopslag en de toekomst van elektriciteit en vervoer.

Bronnen