De Duitse maakindustrie laat zien dat een technologische voorsprong niet vanzelf behouden blijft. Europa heeft nog steeds een sterke uitgangspositie, maar moet nu organiseren hoe mensen en humanoids samen kunnen werken.
Europa beschikt over veel van de kennis die nodig is voor de volgende industriële revolutie. Duitsland heeft hoogwaardige machinebouw, Nederland beschikt over sterke havens, logistiek en chiptechnologie en door heel Europa staan moderne fabrieken. West-Europa heeft zelfs een hogere gemiddelde robotdichtheid dan Noord-Amerika. Onze zwakke plek is niet de technische kennis, maar het omzetten van innovaties in snelgroeiende bedrijven en grootschalige toepassingen.
China bouwt ondertussen razendsnel industriële productiecapaciteit op. Amerika is vooral sterk in kunstmatige intelligentie, chips, investeringskapitaal en technologiebedrijven die miljarden kunnen investeren voordat hun robots winstgevend zijn.
Europa denkt uitgebreider na over veiligheid, aansprakelijkheid, privacy en werkgelegenheid. Dat is waardevol. Maar voorzichtigheid wordt een probleem wanneer besluiten zo lang blijven liggen dat Europese bedrijven pas kunnen opschalen nadat concurrenten elders al jaren praktijkervaring hebben opgebouwd.
Als Europa humanoids te langzaam invoert om bestaande banen te beschermen, kan het uiteindelijk juist de fabrieken verliezen waarin die mensen werken.
De centrale vraag is daarom niet of Europa werknemers moet vervangen door robots. De werkelijke vraag is hoe we mens en humanoid tijdig kunnen laten samenwerken om onze productie, kennis en welvaart te behouden.
Duitsland laat zien dat een industriële voorsprong niet blijvend is
Duitsland was tientallen jaren het bewijs dat een land met hoge lonen toch een wereldmacht in de maakindustrie kan zijn. Duitse bedrijven compenseerden hun hogere arbeidskosten met vakkennis, kwaliteit, betrouwbare machines, efficiënte processen en sterke exportproducten.
Dat model staat onder druk.
De Duitse industriële productie daalde in 2025 opnieuw. Volgens de Bundesbank neemt het Duitse aandeel op de wereldwijde exportmarkten sinds 2017 af. Deutsche Bundesbank
Vooral de verhouding met China is veranderd. China was vroeger een belangrijke afzetmarkt voor Duitse auto’s en machines. Duitse bedrijven leverden een groot deel van de techniek waarmee China zijn industrie moderniseerde.
Inmiddels bouwt China zelf hoogwaardige elektrische auto’s, batterijen, industriële robots en productiemachines. Duitsland werd bij bepaalde machinegereedschappen al in 2015 netto-importeur vanuit China. De Chinese machine-import nam daarna verder toe, terwijl de Duitse uitvoer naar China stagneerde. CEPR
In 2025 daalde de Duitse export naar China met 9,7 procent, terwijl de import uit China met 8,8 procent toenam. Volgens een analyse van MERICS gingen in dat jaar ongeveer 120.000 Duitse industriebanen verloren.
Chinese concurrentie wordt daarbij als belangrijke factor genoemd, maar niet iedere verdwenen baan kan rechtstreeks aan China worden toegeschreven. Ook hoge energieprijzen, loonkosten, zwakke investeringen, bureaucratie en de late reactie van Duitse autofabrikanten op elektrische auto’s en software spelen een rol. MERICS
Humanoids zijn dus niet de oorzaak van de huidige Duitse terugval. Ze kunnen de bestaande verschillen de komende jaren wel verder vergroten.
Hoge lonen vragen om een hogere productiviteit
Een Europese werknemer kost een werkgever meer dan alleen het brutoloon. Daarbovenop komen werkgeverslasten, pensioen, vakantiegeld, verlof, opleiding, verzuim en andere kosten.
Dat hoeft geen probleem te zijn zolang die werknemer dankzij vakkennis, machines en efficiënte processen voldoende waarde produceert.
Maar wat gebeurt er wanneer een Chinese fabriek dezelfde kwaliteit kan leveren en daarnaast sneller automatiseert?
Humanoids kunnen op termijn meerdere diensten per dag worden ingezet. Ze hebben energie, onderhoud, software en menselijk toezicht nodig, maar geen salaris, vakantiedagen of nachtdiensttoeslag.
De huidige generatie humanoids kan nog niet betrouwbaar en volledig zelfstandig alle werkzaamheden van een werknemer overnemen. Veel robots bevinden zich nog in de testfase en voeren vooral afgebakende taken uit.
De economische omslag komt pas wanneer humanoids verschillende standaardhandelingen aantoonbaar en langdurig kunnen volhouden. Zodra dat lukt, kunnen de arbeidskosten per product dalen en kan een fabriek langer draaien met dezelfde gebouwen en machines.
Duitsland en Nederland kunnen op loonkosten niet rechtstreeks met China concurreren. Dat moeten we ook niet willen. Onze kracht moet komen uit hogere productiviteit, goede techniek, betrouwbare kwaliteit, betaalbare energie en slimme samenwerking tussen mens en machine.
China en Amerika hebben verschillende voordelen
China loopt vooral voor met industriële schaal.
Het land beschikt over omvangrijke productieketens voor elektromotoren, actuatoren, batterijen, elektronica en precisieonderdelen. Door samenwerking met auto- en batterijproducenten kunnen robotbedrijven nieuwe ontwerpen relatief snel produceren en testen.
Volgens de International Federation of Robotics werden in 2024 wereldwijd 542.000 industriële robots geïnstalleerd. Azië was goed voor 74 procent van alle nieuwe installaties, tegenover 16 procent in Europa en 9 procent in Noord- en Zuid-Amerika samen. International Federation of Robotics
Amerika heeft een andere kracht. Het beschikt over toonaangevende AI- en chipbedrijven, veel privaat investeringskapitaal en ondernemingen die grote bedragen kunnen inzetten op technologie die nog niet direct winstgevend is.
Bedrijven als Tesla, Figure, NVIDIA, Amazon en Google proberen AI, computerkracht en robotica samen te brengen. Amerika loopt niet automatisch voor op Europa met alle vormen van fabrieksautomatisering, maar heeft wel een sterke positie in de intelligentie en financiering achter de nieuwe generatie robots.
Europa staat eveneens sterk. West-Europa bereikte in 2024 gemiddeld 267 industriële robots per 10.000 werknemers in de maakindustrie, tegenover 204 in Noord-Amerika. Duitsland en Nederland behoren tot de meest geautomatiseerde landen. IFR
Het Europese probleem is daarom niet dat we niets kunnen. Het risico is dat we sterk blijven in traditionele machines, maar achteropraken bij humanoids die met behulp van AI verschillende taken kunnen leren.
Beschermen we werknemers of stellen we het probleem uit?
Europa zal vermoedelijk terughoudender omgaan met het vervangen van menselijke arbeid. Vakbonden, ondernemingsraden, overheden en toezichthouders willen terecht meepraten. De fout zou zijn om de discussie alleen te voeren over hoeveel bestaande banen een robot kan vervangen.
Een Duitse of Nederlandse fabriek concurreert niet uitsluitend met andere Europese fabrieken. Zij concurreert met producenten over de hele wereld.
Wie iedere bestaande arbeidsplaats koste wat kost probeert te behouden, kan uiteindelijk de volledige fabriek verliezen. Wanneer een buitenlandse concurrent door automatisering goedkoper, sneller en langer kan produceren, kan een Europees bedrijf niet onbeperkt doorgaan met duurdere handmatige productie.
Dan verdwijnen mogelijk ook banen bij engineering, onderhoud, transport, planning en lokale leveranciers. Automatisering kan daarom juist een manier zijn om productie en werkgelegenheid in Europa te behouden.
Mens en humanoid naast elkaar
Volledige vervanging is waarschijnlijk niet de eerste stap. Humanoids zullen aanvankelijk vooral werkzaamheden uitvoeren die zwaar, gevaarlijk, repeterend of moeilijk te bemannen zijn.
Denk aan:
- Materiaal naar productielijnen brengen;
- Onderdelen uit bakken pakken;
- Machines bevoorraden;
- Nachtelijke inspectierondes uitvoeren;
- Metingen verrichten in gevaarlijke ruimtes;
- Zwaar en herhalend tilwerk overnemen;
- Producten en afvalstromen verplaatsen;
- Afwijkingen met camera’s en sensoren signaleren.
Mensen blijven nodig voor onderhoud, veiligheid, kwaliteitsbeslissingen, storingen en onverwachte situaties. Eén ervaren medewerker kan uiteindelijk mogelijk meerdere robots begeleiden.
De vakman verdwijnt dan niet, maar verschuift van voornamelijk uitvoeren naar instellen, controleren, oplossen en verbeteren.
Dat kan werk ook aantrekkelijker maken. Minder werknemers hoeven hun lichaam jarenlang te belasten en oudere vakmensen kunnen hun kennis langer inzetten.
Vergrijzing maakt automatisering noodzakelijker
Europa automatiseert niet alleen vanwege internationale concurrentie. De bevolking vergrijst en in techniek, industrie, logistiek en onderhoud bestaan nu al personeelstekorten. Europese Commissie
Met een kleiner aandeel werkenden wordt het moeilijker om dezelfde hoeveelheid zorg, onderhoud, infrastructuur en productie te leveren. Humanoids kunnen werkzaamheden uitvoeren waarvoor bedrijven nauwelijks mensen kunnen vinden.
De maatschappelijke discussie moet daarom niet alleen gaan over welk werk robots overnemen, maar ook over welk werk zonder automatisering mogelijk helemaal niet meer wordt uitgevoerd.
Europa moet leren door te beginnen
Humanoids brengen serieuze vragen met zich mee. Wie is aansprakelijk bij schade? Welke camerabeelden worden opgeslagen? Mag een buitenlandse leverancier Europese productiedata verwerken? Aan welke veiligheidseisen moet een robot voldoen wanneer zijn gedrag door software-updates verandert?
Daarvoor zijn duidelijke regels nodig. Maar goede regels ontstaan mede door praktijkervaring.
Europa moet daarom gecontroleerde testzones creëren waarin bedrijven, werknemers, toezichthouders en onderzoekers gezamenlijk leren wat werkt.
Een concreet Europees programma kan bestaan uit:
- Testzones in fabrieken, havens, logistiek en zorg;
- Eén duidelijke Europese toelatingsroute;
- Financiering voor kleinere bedrijven die zelf geen miljoenen kunnen investeren;
- Opleidingen voor operators, programmeurs en robottechnici;
- Heldere regels voor veiligheid, aansprakelijkheid en databeveiliging;
- Ondersteuning voor Europese productie van robots, onderdelen en software;
- Afspraken over omscholing en interne doorstroming.
Veiligheid hoeft innovatie niet tegen te houden. Goede en praktisch uitvoerbare veiligheidsregels kunnen juist een Europees kwaliteitskenmerk worden.
Nederland kan een voortrekkersrol pakken
Nederland is kleiner dan Duitsland, China en Amerika, maar heeft precies de sectoren waarin vroege toepassing logisch is.
De Rotterdamse haven, distributiecentra, glastuinbouw, voedselverwerking, hightechmachinebouw en procesindustrie bieden gecontroleerde omgevingen met veel repeterend of risicovol werk.
Nederland beschikt daarnaast over sterke technische opleidingen, een goede digitale infrastructuur en bedrijven die gewend zijn complexe processen veilig te organiseren.
We hoeven niet ieder onderdeel zelf te produceren. Nederland kan uitblinken in integratie, veiligheid, onderhoud, sensoren, chiptechnologie en praktische toepassingen. Overheid, bedrijven en onderwijsinstellingen moeten daarvoor gezamenlijk proeven starten terwijl de markt nog wordt gevormd.
De wedstrijd is nog niet verloren
De problemen van de Duitse maakindustrie zijn een waarschuwing, geen voorspelling van een onvermijdelijke Europese neergang.
Europa beschikt nog steeds over hoogwaardige fabrieken, sterke machinebouw, ervaren vakmensen, grote afzetmarkten en betrouwbare infrastructuur. Dat zijn voordelen die andere werelddelen niet eenvoudig kunnen kopiëren.
Humanoids kunnen deze industriële basis juist versterken. Ze kunnen personeelstekorten verkleinen, gevaarlijk werk overnemen, fabrieken langer laten draaien en productie terughalen die door hoge arbeidskosten eerder werd verplaatst.
Daarvoor moet Europa technologie niet uitsluitend benaderen als iets waartegen mensen beschermd moeten worden. Het is ook een middel waarmee we banen, bedrijven en welvaart kunnen behouden.
Onze werknemers hoeven de concurrentie met humanoids niet te winnen. Zij moeten de kans krijgen ermee te werken.
Europa hoeft dus niet te kiezen tussen de mens en de robot. De beste toekomst ontstaat wanneer we organiseren dat ze samen produceren: veilig, concurrerend en met nieuwe mogelijkheden voor werknemers.
Als Nederland en Europa tijdig beginnen, kan de volgende industriële revolutie hier niet alleen worden gebruikt, maar ook mede worden vormgegeven.
