← Terug naar overzichtARTIKEL • Elektrificatie

2029 wordt het kanteljaar van de warmtepomp

Vanaf 2029 moet de slimme hybride warmtepomp in veel woningen de nieuwe standaard worden bij ketelvervanging. Wat betekent dat voor oudere woningen, kosten, isolatie en het elektriciteitsnet?

Warmtepomp buitenunit voor een moderne woning, foto alpha innotec via Unsplash
Illustratie bij dit artikel.

Het kabinet wil dat vanaf 2029 bij vervanging van de cv-ketel in veel woningen minimaal een slimme hybride warmtepomp wordt geplaatst. Dat betekent niet dat Nederland op 1 januari 2029 massaal volledig elektrisch gaat verwarmen. Het betekent wel dat een oude cv-ketel straks niet meer altijd vanzelfsprekend door alleen een nieuwe cv-ketel kan worden vervangen.

Nu is de warmtepomp voor veel mensen nog een vrijwillige verduurzamingskeuze. Vanaf 2029 kan een defecte cv-ketel het begin worden van een veel grotere beslissing: is de woning voldoende geïsoleerd, zijn de radiatoren geschikt, waar komt de buitenunit en wie betaalt de volledige aanpassing?

2029 wordt daarom waarschijnlijk niet het jaar waarin iedereen direct overstapt. Het wordt het jaar waarin Nederland zich werkelijk druk gaat maken over de manier waarop woningen in de toekomst worden verwarmd.

Wat wil het kabinet vanaf 2029 veranderen?

Het kabinet wil een slimme hybride warmtepomp in veel gevallen als nieuwe standaard invoeren wanneer een cv-ketel wordt vervangen. Het plan richt zich vooral op woningen die niet op korte termijn op een warmtenet worden aangesloten.

Een bestaande cv-ketel hoeft in 2029 dus niet preventief te verdwijnen. Zolang de installatie werkt, kan deze blijven hangen. Het beslismoment ontstaat wanneer de ketel aan vervanging toe is, bijvoorbeeld door ouderdom, een defect, verhuizing of verbouwing.

Een hybride warmtepomp combineert twee technieken:

  • de warmtepomp verzorgt het grootste deel van de ruimteverwarming;
  • de cv-ketel springt bij wanneer het buiten erg koud is;
  • de cv-ketel verzorgt doorgaans ook het warme tapwater.

Volgens de huidige overheidsberekeningen gebruikt een woning met een hybride warmtepomp gemiddeld ongeveer 65 procent minder aardgas voor verwarming. De CO₂-uitstoot van de woning kan daardoor met ruim 30 procent afnemen. Dit zijn landelijke gemiddelden. De werkelijke besparing verschilt per woning en wordt onder andere bepaald door isolatie, woningtype, instellingen, energieprijzen en bewonersgedrag.

AANGEKONDIGD De precieze norm, uitzonderingen en financiële ondersteuning moeten nog worden vastgesteld. Het kabinet noemt 2029 de vroegst haalbare ingangsdatum. Verdere besluitvorming volgt in 2027 en publicatie van de gewijzigde bouwregels wordt medio 2028 voorzien.

De kapotte cv-ketel wordt een beslismoment

De grootste verandering ontstaat waarschijnlijk niet op 1 januari 2029, maar op het moment dat ergens een cv-ketel uitvalt.

Nu kan een installateur meestal snel een vergelijkbare nieuwe ketel plaatsen. Vanaf 2029 moet in veel gevallen eerst worden bekeken of een slimme hybride of volledig elektrische warmtepomp kan worden toegepast. Daardoor kan een relatief overzichtelijke vervanging veranderen in een beslissing over de hele woning.

  • Is de woning voldoende geïsoleerd?
  • Zijn de bestaande radiatoren geschikt?
  • Is er ruimte voor een binnen- en buitenunit?
  • Is een aanpassing van de groepenkast nodig?
  • Komt er in de wijk een warmtenet?
  • Is hybride de beste tussenstap?
  • Kan de woning direct volledig elektrisch?
  • Hoeveel kost de volledige installatie?
  • Hoe wordt de investering betaald?

Juist wanneer de verwarming is uitgevallen, is er weinig tijd om deze vragen rustig te onderzoeken. Huiseigenaren die verwachten dat hun cv-ketel vóór of rond 2029 aan vervanging toe is, zullen zich daarom eerder moeten voorbereiden.

Op de pagina Warmtepompen legt OutOfHands uit welke systemen er bestaan, wat ze kosten en welke eigenschappen van de woning de keuze bepalen.

Niet iedere woning volgt dezelfde route

Goed geïsoleerde woningen

Woningen die voldoende geïsoleerd zijn en met een lage watertemperatuur comfortabel warm blijven, kunnen mogelijk direct overstappen op een volledig elektrische warmtepomp. De cv-ketel kan dan verdwijnen. Wanneer ook koken en warm water volledig elektrisch worden, kan uiteindelijk de gasaansluiting worden verwijderd.

Redelijk of matig geïsoleerde woningen

Voor deze woningen ligt een hybride of all-electric-ready systeem vaak meer voor de hand. De warmtepomp verzorgt het grootste deel van de verwarming, terwijl de cv-ketel beschikbaar blijft voor koude dagen en warm tapwater. Een all-electric-ready systeem kan later volledig elektrisch worden gemaakt nadat de woning verder is geïsoleerd en het verwarmingssysteem is aangepast.

Slecht geïsoleerde woningen

Bij een slecht geïsoleerde woning hoort een volledig elektrische warmtepomp meestal niet de eerste maatregel te zijn. Eerst moet worden bekeken waar de woning warmte verliest.

Dak-, vloer- en gevelisolatie, beter glas en het verminderen van tocht kunnen noodzakelijk zijn voordat verwarming met een lage watertemperatuur goed werkt. Een hybride warmtepomp kan in de tussentijd wel gas besparen. De cv-ketel blijft beschikbaar wanneer de warmtepomp tijdens koude periodes onvoldoende warmte kan leveren.

Appartementen en monumenten

Appartementsgebouwen en monumenten worden in de huidige plannen genoemd als situaties waarin de norm vanaf 2029 waarschijnlijk nog niet kan worden toegepast.

Bij appartementen kunnen ruimtegebrek, geluidseisen, een laag individueel energieverbruik en besluitvorming binnen de VvE de plaatsing bemoeilijken. Bij monumenten kunnen bouwkundige beperkingen en vergunningen een rol spelen. Het kabinet onderzoekt of en wanneer deze gebouwen later wel onder de norm kunnen vallen.

Wijken met een gepland warmtenet

Woningen die op korte termijn op een warmtenet worden aangesloten, moeten volgens de huidige plannen worden uitgezonderd.

In dichtbebouwde buurten kan een collectieve warmtevoorziening logischer zijn dan honderden afzonderlijke buitenunits. Gemeenten moeten uiterlijk eind 2027 duidelijker maken welke warmteoplossing zij per wijk verwachten. Wie een nieuwe installatie koopt, moet daarom niet alleen naar de eigen woning kijken, maar ook naar het warmteprogramma van de gemeente.

Wat kost de volledige overstap werkelijk?

Onderstaande bedragen zijn landelijke richtprijzen met prijspeil 2026. Het zijn geen voorspellingen voor 2029. Werkelijke prijzen en toekomstige subsidiebedragen kunnen veranderen.

Voor een hybride warmtepomp liggen de actuele richtprijzen inclusief standaardmontage grofweg tussen €4.000 en €7.000. Is tegelijkertijd een nieuwe cv-ketel nodig, dan komt de combinatie meestal uit tussen €6.000 en €8.500. Afhankelijk van het exacte apparaat kan daar in 2026 ongeveer €2.000 tot €3.000 ISDE-subsidie vanaf gaan.

Een volledig elektrische lucht-waterwarmtepomp kost inclusief standaardinstallatie doorgaans ongeveer €8.000 tot €16.000, vóór subsidie. Voor een passend systeem ligt de huidige subsidie vaak rond €3.000 tot €4.000.

Maar een standaardinstallatie betekent niet dat iedere woning voor dat bedrag klaar is. Mogelijke bijkomende kosten zijn:

  • nieuwe of grotere radiatoren;
  • vloerverwarming of andere lagetemperatuurverwarming;
  • aanpassing van leidingen;
  • een warmwaterboiler;
  • uitbreiding van de groepenkast;
  • mogelijk een zwaardere elektriciteitsaansluiting;
  • een fundering of geluidsvoorziening voor de buitenunit;
  • bouwkundig herstel;
  • dak-, gevel- en vloerisolatie;
  • HR++- of triple glas.

Een warmwaterboiler kan ongeveer €1.000 tot €2.000 kosten. Voor de aanleg van lagetemperatuurverwarming wordt in landelijke voorbeelden ongeveer €3.500 gerekend.

Een hybride warmtepomp kan in de meeste gevallen zonder verzwaring van de bestaande elektriciteitsaansluiting worden geplaatst. Bij volledig elektrische installaties of een combinatie met meerdere zware stroomverbruikers kan een aanpassing wel nodig zijn.

Bij een moderne woning kan de totale investering redelijk dicht bij de standaardprijs blijven. Bij een oudere woning kan het volledige project, inclusief noodzakelijke isolatie en aanpassingen aan de verwarming, in specifieke situaties oplopen tot €20.000 à €30.000 of meer. Dat is geen gemiddelde warmtepompprijs, maar een mogelijk totaalbedrag voor een bredere woningrenovatie.

Is dat voor iedereen betaalbaar?

Dat is een van de belangrijkste onbeantwoorde vragen achter het plan voor 2029.

Subsidie verlaagt de investering, maar huishoudens moeten de installatie doorgaans eerst zelf betalen. Het subsidiebedrag wordt na plaatsing aangevraagd. Niet iedereen heeft voldoende spaargeld om duizenden euro’s voor te financieren.

Een lening kan de kosten over meerdere jaren verdelen, maar maakt de installatie niet goedkoper. Bovendien hebben huishoudens met een oudere, slecht geïsoleerde woning vaak de grootste investering nodig.

  • Bewoners van moderne woningen kunnen relatief eenvoudig overstappen.
  • Eigenaren van oudere woningen krijgen mogelijk een grote renovatieopgave.
  • Appartementseigenaren zijn afhankelijk van hun VvE en toekomstige uitzonderingsregels.
  • Huurders zijn afhankelijk van de keuzes van hun verhuurder.
  • Huishoudens zonder spaargeld worden afhankelijk van subsidie en financiering.
  • Mensen met een onverwacht defecte cv-ketel hebben weinig voorbereidingstijd.

Het kabinet zegt de overstap betaalbaar en uitvoerbaar te willen maken. Voor subsidieregelingen zoals de ISDE is tot en met 2030 budget voorzien, maar de toekomstige bedragen en voorwaarden staan nog niet vast.

Zonder voldoende ondersteuning kan een technisch logische maatregel voor een deel van Nederland veranderen in een onverwachte rekening van tienduizenden euro’s.

Welke warmtepomp past bij welke woning?

Het vermogen alleen zegt onvoldoende over de kwaliteit of geschiktheid van een warmtepomp. Bij een goede vergelijking tellen onder meer het systeemtype, het beschikbare vermogen tijdens vorst, rendement bij 35 en 55 graden watertemperatuur, geluid, ruimte voor een boilervat, koudemiddel, slimme aansturing, garantie en de complete installatiekosten.

In de warmtepompvergelijker kunnen verschillende merken, typen en uitvoeringen naast elkaar worden gezet. De vergelijker laat ook zien welke onderdelen en kosten bij de volledige systeemopbouw horen.

Een hoge brochurewaarde maakt een warmtepomp nog niet automatisch geschikt voor iedere woning. De prestaties bij de benodigde watertemperatuur en tijdens koude winterdagen zijn belangrijker dan één gunstig testcijfer.

Slim verwarmen wordt onderdeel van het energiesysteem

Volgens het kabinetsplan moeten nieuw geïnstalleerde hybride warmtepompen vanaf 2029 ook slim kunnen worden aangestuurd. Een slimme warmtepomp kan reageren op de temperatuur in de woning, de verwachte buitentemperatuur, dynamische elektriciteitsprijzen, signalen over de netbelasting en de gelijktijdige inzet van andere elektrische apparaten.

Een goed geïsoleerde woning kan warmte enige tijd vasthouden. Daardoor hoeft de warmtepomp niet precies tijdens het drukste moment op maximaal vermogen te draaien. Het systeem kan eerder verwarmen wanneer elektriciteit goedkoper of ruimer beschikbaar is en tijdelijk minder verbruiken tijdens een piek.

Hierdoor wordt de warmtepomp onderdeel van een groter energiesysteem. Zonnepanelen produceren elektriciteit, een thuisbatterij kan energie tijdelijk bewaren en de warmtepomp zet stroom om in bruikbare warmte.

Dat biedt kansen, maar slimme aansturing mag niet betekenen dat bewoners de controle over hun verwarming verliezen. Comfort, privacy, lokale bediening en keuzevrijheid moeten onderdeel blijven van de uiteindelijke technische eisen.

Kan het elektriciteitsnet de groei aan?

Veel meer elektrische warmtepompen verhogen de stroomvraag, vooral tijdens koude winterdagen. Dat komt boven op de groei van elektrische auto’s, laadpunten, thuisbatterijen en andere elektrische installaties.

De bestaande netcongestie maakt die overgang ingewikkeld.

Een hybride warmtepomp vraagt tijdens extreme kou minder elektrisch piekvermogen dan een volledig elektrische installatie, omdat de cv-ketel kan bijspringen. Slimme aansturing kan daarnaast voorkomen dat grote aantallen warmtepompen precies tegelijkertijd op maximaal vermogen gaan draaien.

Maar slim sturen alleen is niet voldoende. Ook het elektriciteitsnet, de aansluitcapaciteit van woningen en de lokale infrastructuur moeten worden uitgebreid. De warmtepomp vermindert het aardgasverbruik, maar verplaatst een deel van de belasting naar het elektriciteitsnet.

De voorbereiding begint vóór 2029

De belangrijkste voorbereiding is niet direct het kopen van een warmtepomp. Eerst moet duidelijk worden wat de woning nodig heeft.

Een praktische eerste controle is de cv-ketel tijdens een koude periode op een aanvoertemperatuur van 50 graden te zetten. Blijft de woning comfortabel warm, dan is dat een aanwijzing dat de woning en radiatoren geschikt kunnen zijn voor verwarming op lagere temperatuur. Verlaag daarbij alleen de temperatuur van het verwarmingswater en niet die van het warme tapwater.

De test vervangt geen professionele warmteverliesberekening, maar is wel een bruikbare eerste controle.

  1. Controleer wanneer de huidige cv-ketel waarschijnlijk aan vervanging toe is.
  2. Breng in kaart welke isolatie sinds de bouw is aangebracht.
  3. Controleer of HR++- of triple glas aanwezig is.
  4. Onderzoek of de radiatoren voldoende capaciteit hebben.
  5. Bepaal waar een binnen- en buitenunit geplaatst kunnen worden.
  6. Bekijk welke warmteoplossing de gemeente voor de wijk verwacht.
  7. Controleer de actuele subsidies en financieringsmogelijkheden.

2029 wordt het jaar waarin Nederland wakker wordt

2029 wordt waarschijnlijk niet het jaar waarin Nederland massaal volledig elektrisch gaat verwarmen. Daarvoor verschillen woningen, huishoudens en wijken te veel.

Het kan wel het jaar worden waarin de cv-ketel niet langer vanzelfsprekend door alleen een nieuwe cv-ketel kan worden vervangen.

Voor goed geïsoleerde woningen kan dat het begin zijn van volledig elektrisch verwarmen. Voor veel oudere woningen begint waarschijnlijk eerst een tussenfase van hybride verwarmen, isoleren en aanpassen.

De grootste verandering vindt daarom niet direct in de meterkast of naast de woning plaats, maar in het hoofd van de woningeigenaar.

Verwarming wordt vanaf 2029 geen eenvoudige keuze voor een nieuw apparaat meer. Het wordt een beslissing over de volledige woning voor de komende twintig jaar.