Europa wil een belangrijk knelpunt bij de uitbreiding van het elektriciteitsnet aanpakken: de productie van onderdelen voor nieuwe en zwaardere netwerken. De Europese Investeringsbank en BNP Paribas hebben daarom een garantie-initiatief van in totaal €700 miljoen aangekondigd.
Van €700 miljoen garantie naar €2,8 miljard investering
De Europese Investeringsbank (EIB) en BNP Paribas nemen ieder €350 miljoen aan garanties voor hun rekening. Door het risico op financiering te verlagen, verwacht BNP Paribas tot €2,8 miljard aan investeringen te kunnen mobiliseren voor Europese fabrikanten van onderdelen voor elektriciteitsnetten.
Het bedrag van €2,8 miljard is dus geen directe subsidie. Het is de verwachte financieringsruimte die dankzij de garanties beschikbaar kan komen voor bedrijven die hun productiecapaciteit willen uitbreiden.
Waarom dit nu nodig is
Europa investeert fors in hoogspanningsverbindingen, regionale netten en nieuwe aansluitingen. De uitbreiding loopt echter niet alleen tegen vergunningen en personeelstekorten aan. Ook de levering van kritieke netcomponenten vormt een steeds groter knelpunt.
Fabrikanten moeten hun capaciteit verhogen terwijl de vraag naar transformatoren, schakelapparatuur, kabels en andere netonderdelen snel groeit. Zonder extra productiecapaciteit kunnen geplande netprojecten vertraging oplopen, zelfs wanneer het investeringsgeld voor de infrastructuur zelf al beschikbaar is.
Onderdeel van een groter Europees pakket
Het initiatief valt onder InvestEU en maakt deel uit van het Pan-EU Power Grid Package van de EIB. Dat pakket omvat €1,5 miljard aan garanties om de Europese toeleveringsketen voor elektriciteitsnetten te versterken.
De EIB investeerde in 2025 in totaal ongeveer €33 miljard in energieprojecten. Daarvan ging €11,6 miljard naar elektriciteitsnetten en energieopslag. De nieuwe garanties richten zich specifiek op de bedrijven die de benodigde componenten produceren.
Wat betekent dit voor Nederland?
Voor Nederland lost deze Europese financiering de wachtrijen voor nieuwe en zwaardere aansluitingen niet direct op. Daarvoor blijven investeringen door TenneT en de regionale netbeheerders, snellere procedures en slimmer gebruik van de bestaande capaciteit nodig.
De maatregel pakt wel een voorwaarde aan die vaak minder zichtbaar is: voldoende Europese productie van de onderdelen waarmee het net daadwerkelijk kan worden uitgebreid. Als fabrikanten sneller kunnen opschalen, neemt het risico af dat Nederlandse en Europese netprojecten door lange levertijden verder vertragen.
Het verschil zit in uitvoering
De garanties zijn vooral belangrijk wanneer ze leiden tot nieuwe fabriekscapaciteit, kortere levertijden en meer leveringszekerheid binnen Europa. Het aangekondigde maximumbedrag zegt nog niet hoeveel projecten uiteindelijk worden gefinancierd.
De komende jaren moet blijken welke fabrikanten gebruikmaken van de regeling en hoeveel extra productiecapaciteit daardoor werkelijk ontstaat. Voor de energietransitie is dat uiteindelijk belangrijker dan alleen het aangekondigde financieringsbedrag.